Borstverkleining
en borstvoeding
Bij een borstverkleining zijn de zenuwbanen die een signaaltje afgeven
naar de hypofyse beschadigd. Dit signaal en de hormoonafgifte die daarop
volgt zorgt voor de productie van de borstvoeding. De operatie waarbij
de tepel is verplaatst heeft de meeste beschadigingen tot gevolg. De zenuwbanen
zijn beschadigd en het gevoel in de tepel en de tepelhof is minder. Omdat
de prikkel aan de tepelhof en de tepel minder is kan het hormoon dat zorgt
voor de toeschietreflex minder goed zijn werk doen. De melk kan dan minder
makkelijk uit de borst ‘los’ worden gelaten. Je weet nooit
tot het moment dat je baby aan de borst gaat hoeveel productie je borst
gaat aanmaken. Je kunt het dus zeker proberen. Het komt niet vaak voor
dat er een volledige productie op gang komt. De baby dient er dan kunstvoeding
bij te krijgen.
Borstvoedinghulpset
Als je toch wilt genieten van je baby aan de borst en je baby heeft bijvoeding
nodig dan kun je die bijvoeding geven met een borstvoedinghulpset. Dat
moet je zien als een plat flesje dat met een koordje om je nek hangt.
In dat flesje zit de kunstvoeding en dat loopt via een minuscuul slangetje
in de mond van de baby. De baby krijgt dan alle borstvoeding die jij kunt
aanbieden en je houdt je baby aan de borst voor het contact.
Het is aan te raden dat als je voor de eerste keer gaat voeden met een
borstvoedinghulpset dit in bijzijn van een lactatiekundige te doen.
terug |