-
Als
je zittend voedt ligt je baby als een zwembandje om je heen
-
De buik van de baby ligt tegen jouw buik aan
-
De
baby moet zijn mond zo ver open doen alsof hij moet geeuwen; dat is het
moment om de baby naar de borst te brengen. Timing is cruciaal
-
Het neusje van de baby en de wangen raken de borst en er zijn geen kuiltjes
in de wangetjes. Als er ruimte zit tussen de borst en de neus/wangen heeft
je baby waarschijnlijk te weinig borst in de mond
-
Je
ziet de slaap bewegen bij de oortjes en na wat zuigen hoor je de baby slikken
-
Als
de baby klaar is met drinken laat hij de borst los en ziet de tepel er rond
uit en niet zoals een lippenstift
-
Als
je tepel aan één kant plat is zoals bij een lippenstift dan
ligt de tepel niet recht in zijn mond. Hierdoor kunnen tepelkloven ontstaan
-
Moeders
zijn geneigd om te snel de baby aan de borst te brengen waardoor een baby
te weinig borst in zijn mondje heeft. Dit geeft niet alleen pijnklachten
en tepelkloven maar ook op den duur te weinig borstvoeding
-
Neem
pijnklachten serieus en neem contact op met een lactatiekundige. Hoe sneller
je deskundige hulp zoekt hoe sneller jij en je baby weer kunnen genieten
van borstvoeding